convencer
“convencer” betekent “overtuigen” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
overtuigen, overhalen
Ook: overhalen tot
📝 In Actie
Intenté convencerlo de que viniera a la fiesta.
A2Ik probeerde hem te overtuigen om naar het feest te komen.
Ella me convenció de que era una buena idea invertir.
B1Zij overtuigde mij ervan dat investeren een goed idee was.
El vendedor nos convenció fácilmente con su demostración.
A2De verkoper overtuigde ons gemakkelijk met zijn demonstratie.
overtuigd raken, zeker zijn
Ook: zichzelf overtuigen
📝 In Actie
Me convencí de que no era mi culpa.
B1Ik overtuigde mezelf (ik werd zeker) dat het niet mijn schuld was.
Cuando vi las pruebas, me convencí de la verdad.
B1Toen ik het bewijs zag, raakte ik overtuigd van de waarheid.
Ella nunca se convencerá de que está equivocada.
B2Zij zal er nooit van overtuigd raken dat ze ongelijk heeft.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "convencer" in het Spaans:
overhalen→overhalen tot→overtuigd raken→overtuigen→zeker zijn→zichzelf overtuigen→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: convencer
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt correct de spellingsregel voor 'convencer' in de tegenwoordige tijd?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Latijnse woord *convincere*, wat 'overwinnen' of 'definitief bewijzen' betekent. Het Spaanse woord heeft de kern van het winnen van een argument of het bewijzen van een punt behouden.
Eerste vermelding: 13th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'convencer' en 'persuadir'?
Ze zijn zeer nauwe synoniemen en vaak uitwisselbaar. 'Convencer' legt vaak de nadruk op het winnen van een argument door logica en bewijs (de geest overtuigen), terwijl 'persuadir' soms impliceert dat er een beroep wordt gedaan op gevoelens of verlangens (de wil overhalen). In alledaags taalgebruik kun je echter meestal beide gebruiken.
Vereist 'convencer' de aanvoegende wijs (subjuntivo)?
Nee. In tegenstelling tot werkwoorden die wensen of bevelen uitdrukken (zoals 'querer' of 'pedir'), stelt 'convencer' een feit vast (dat iemand *is* overtuigd of *was* overtuigd). Daarom blijft het tweede werkwoord meestal in de normale indicatief: 'Me convenció de que **tiene** razón' (Hij overtuigde mij ervan dat hij gelijk **heeft**).

