convenirVervoeging
convenir means raadzaam zijn.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs gebruikt de stam 'convin-': conviniera, convinieras, conviniera, conviniéramos, convinierais, convinieran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs is gebaseerd op de 'yo'-vorm 'convengo': convenga, convengas, convenga, convengamos, convengáis, convengan.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs gebruikt de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no convengas, no convenga, no convengamos, no convengáis, no convengan.
Imperative
De gebiedende wijs voor 'convenir' wordt zelden gebruikt, maar volgt 'venir': conviene (tú), convenga (usted), convengamos (nosotros), convenid (vosotros).
Indicative
Conditional
De conditionele tijd gebruikt de 'dr'-stam: convendría, convendrías, convendría, convendríamos, convendríais, convendrían.
Preterite
Convenir gebruikt de onregelmatige 'uv'-stam: convine, conviniste, convino, convinimos, convinisteis, convinieron.
Imperfect
De verleden tijd van convenir is regelmatig: convenía, convenías, convenía, conveníamos, conveníais, convenían.
Present
Convenir volgt het 'g-stam' en 'ie'-stamwisseling patroon: convengo, convienes, conviene, convenimos, convenís, convienen.
Future
Convenir gebruikt de onregelmatige 'dr'-stam: convendré, convendrás, convendrá, convendremos, convendréis, convendrán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng convenir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'convenir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent convenir in het Spaans?
convenir betekent "raadzaam zijn".
Is convenir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
convenir is een irregular (follows the pattern of 'venir') -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je convenir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van convenir is: yo convengo, tú convienes, él/ella/usted conviene, nosotros convenimos, vosotros convenís, ellos/ellas/ustedes convienen.
Hoe vervoeg je convenir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van convenir is: yo convine, tú conviniste, él/ella/usted convino, nosotros convinimos, vosotros convinisteis, ellos/ellas/ustedes convinieron.
