
convivir in de Aanvoegende wijs tegenwoordige tijd – vervoeging
convivir — samenleven
De conjunctief tegenwoordige tijd van convivir (conviva, convivas, convivamos, convivan, conviváis) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
convivir in de Aanvoegende wijs tegenwoordige tijd – vormen
Wanneer de Aanvoegende wijs tegenwoordige tijd gebruiken
Gebruik de conjunctief tegenwoordige tijd wanneer je praat over iets onzekers, gewensts of emotioneels. Denk aan zinnen als 'Ik hoop dat...', 'Het is belangrijk dat...', 'Ik betwijfel of...'. Voor 'convivir' gaat het over hopen dat mensen goed zullen samenleven of twijfel daarover uiten.
Opmerkingen over convivir in de Aanvoegende wijs tegenwoordige tijd
Convivir is regelmatig in de conjunctief tegenwoordige tijd. Het volgt het standaardpatroon voor regelmatige -ir werkwoorden.
Voorbeeldzinnen
Espero que tú convivas con alegría.
Ik hoop dat je met vreugde samenleeft.
tú
Dudo que él conviva en paz.
Ik betwijfel of hij vreedzaam samenleeft.
él/ella/usted
Queremos que nosotros convivamos mejor.
We willen dat we beter samenleven.
nosotros
Es necesario que ustedes convivan con respeto.
Het is noodzakelijk dat jullie met respect samenleven.
ellos/ellas/ustedes
No creo que vosotros conviváis mucho tiempo juntos.
Ik denk niet dat jullie veel samenleven.
vosotros
Veelgemaakte fouten
Fout: Het gebruik van de indicatief tegenwoordige tijd in plaats van de conjunctief tegenwoordige tijd, bv. 'Espero que tú convives con alegría'.
Correct: Gebruik de conjunctief tegenwoordige tijd: 'Espero que tú convivas con alegría'.
Waarom: Werkwoorden die hoop, twijfel, emotie of onzekerheid uitdrukken, activeren de conjunctief.
Fout: Het vergeten van de conjunctief uitgangen voor -ir werkwoorden (bv. 'convivas' gebruiken in plaats van 'convivas').
Correct: Onthoud dat voor -ir werkwoorden, de uitgangen van de conjunctief tegenwoordige tijd lijken op de uitgangen van de indicatief tegenwoordige tijd van -er werkwoorden (bv. -a, -as, -a, -amos, -áis, -an).
Waarom: Dit is een veelvoorkomend punt van verwarring tussen indicatief en conjunctief, en tussen de vervoegingen van -er/-ir werkwoorden.
Beheers Spaanse werkwoorden in context
Tabellen uit je hoofd leren brengt je maar zo ver. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie werkwoorden zoals 'convivir' natuurlijk gebruikt — in de tijden die je aan het leren bent.
Verwante tijden
Tegenwoordige tijd
yo: convivo
De tegenwoordige tijd van convivir is regelmatig: convivo, convives, convive, convivimos, convivís, conviven.
Pretérito indefinido
yo: conviví
De pretérito perfecto simple van convivir is regelmatig: conví, conviviste, convivió, convivimos, convivisteis, convivieron.
Imperfectum
yo: convivía
De imperfectum van convivir is regelmatig: convivía, convivías, convivía, convivíamos, convivíais, convivían.
Toekomende tijd
yo: conviviré
De toekomende tijd van convivir is regelmatig: conviviré, convivirás, convivirá, conviviremos, conviviréis, convivirán.
Voorwaardelijke wijs
yo: conviviría
De conditionele wijs van convivir is regelmatig: conviviría, convivirías, conviviría, conviviríamos, conviviríais, convivirían.
Aanvoegende wijs imperfectum
yo: conviviera
De imperfecte conjunctief van convivir (conviviera/conviviera/conviviéramos/convivieran/convivierais) drukt hypothetische situaties in het verleden of wensen uit.
Bevestigende gebiedende wijs
yo: convive
Gebiedende wijs van convivir: convive (jij), conviva (u), convivamos (wij), convivan (jullie/zij), vivid (jullie).
Ontkennende gebiedende wijs
yo: no convivas
Negatieve bevelen voor convivir gebruiken de conjunctief tegenwoordige tijd: no convivas (jij), no conviva (u), no convivamos (wij), no convivan (jullie/zij), no conviváis (jullie).