cooperarVervoeging
cooperar betekent samenwerken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte aanvoegende wijs van 'cooperar' (cooperara, cooperaras, etc.) wordt gebruikt voor hypothetische situaties of wensen in het verleden.
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs van 'cooperar' (coopere, cooperes, etc.) wordt gebruikt na uitdrukkingen van verlangen, twijfel of emotie.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor 'cooperar' gebruiken de tegenwoordige aanvoegende wijs na 'no'.
Imperative
Gebiedende wijs voor 'cooperar': coopera (jij), coopere (u), cooperemos (wij), cooperen (jullie/zij), cooperad (jullie, informeel Spanje).
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van 'cooperar' (cooperaría, cooperarías, etc.) drukt 'zou samenwerken' of beleefde verzoeken uit.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'cooperar' is regelmatig: cooperé, cooperaste, cooperó, cooperamos, cooperasteis, cooperaron.
Imperfect
De imperfectum van 'cooperar' (cooperaba, cooperabas, etc.) beschrijft gewoonten of doorlopende acties in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van 'cooperar' (coopero, cooperas, etc.) betekent 'ik werk samen', 'jij werkt samen', etc., gebruikt voor huidige of gebruikelijke acties.
Future
De toekomende tijd van 'cooperar' (cooperaré, cooperarás, etc.) geeft aan dat acties zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng cooperar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'cooperar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent cooperar in het Spaans?
cooperar betekent "samenwerken".
Is cooperar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
cooperar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je cooperar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van cooperar is: yo coopero, tú cooperas, él/ella/usted coopera, nosotros cooperamos, vosotros cooperáis, ellos/ellas/ustedes cooperan.
Hoe vervoeg je cooperar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van cooperar is: yo cooperé, tú cooperaste, él/ella/usted cooperó, nosotros cooperamos, vosotros cooperasteis, ellos/ellas/ustedes cooperaron.
