copiarVervoeging
copiar betekent kopiëren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van 'copiar' (copiara/copiase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden, wensen en twijfels.
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van 'copiar' (copie, copies, copiemos, copien, copiéis) wordt gebruikt voor wensen, twijfels en emoties.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's voor 'copiar' gebruiken de tegenwoordige conjunctief: no copies, no copie, no copiemos, no copien, no copiéis.
Imperative
Het gebiedende wijs van 'copiar' is onregelmatig voor 'tú' (copia) maar regelmatig voor de andere vormen: copiemos, copien, copiad, copie.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van 'copiar' is regelmatig: copiaría, copiarías, copiaría, copiaríamos, copiaríais, copiarían.
Preterite
Het preteritum van 'copiar' is regelmatig: copié, copiaste, copió, copiamos, copiasteis, copiaron.
Imperfect
Het imperfectum van 'copiar' is regelmatig: copiaba, copiabas, copiaba, copiábamos, copiabais, copiaban.
Present
De tegenwoordige tijd van 'copiar' is regelmatig: copio, copias, copia, copiamos, copiáis, copian.
Future
De toekomende tijd van 'copiar' is regelmatig: copiaré, copiarás, copiará, copiaremos, copiaréis, copiarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng copiar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'copiar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent copiar in het Spaans?
copiar betekent "kopiëren".
Is copiar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
copiar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je copiar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van copiar is: yo copio, tú copias, él/ella/usted copia, nosotros copiamos, vosotros copiáis, ellos/ellas/ustedes copian.
Hoe vervoeg je copiar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van copiar is: yo copié, tú copiaste, él/ella/usted copió, nosotros copiamos, vosotros copiasteis, ellos/ellas/ustedes copiaron.
