coquetearVervoeging
coquetear means flirten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd aanvoegende wijs van 'coquetear' (coqueteara, coquetearas, etc.) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden en wensen.
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs van 'coquetear' (coquetee, coquees, etc.) volgt uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie en onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Ontkennende bevelen voor 'coquetear' gebruiken de tegenwoordige aanvoegende wijs: 'no coquetees' (tú), 'no coquetee' (usted).
Imperative
Het gebiedende wijs van 'coquetear' heeft regelmatige vormen zoals 'coquetea' (tú) en 'coquetee' (usted).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'coquetear' is regelmatig: coquetearía, coquetearías, coquetearía, coquetearíamos, coquetearíais, coquetearían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'coquetear' is regelmatig: coqueteé, coqueteaste, coqueteó, coqueteamos, coqueteasteis, coquetearon.
Imperfect
De verleden tijd onvoltooid van 'coquetear' is regelmatig: coqueteaba, coqueteabas, coqueteaba, coqueteábamos, coqueteabais, coqueteaban.
Present
De tegenwoordige tijd van 'coquetear' is regelmatig: coqueteo, coqueteas, coquetea, coqueteamos, coqueteáis, coquetean.
Future
De toekomende tijd van 'coquetear' is regelmatig: coquetearé, coquetearás, coqueteará, coquetearemos, coquetearéis, coquetearán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng coquetear van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'coquetear' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent coquetear in het Spaans?
coquetear betekent "flirten".
Is coquetear een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
coquetear is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je coquetear in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van coquetear is: yo coqueteo, tú coqueteas, él/ella/usted coquetea, nosotros coqueteamos, vosotros coqueteáis, ellos/ellas/ustedes coquetean.
Hoe vervoeg je coquetear in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van coquetear is: yo coqueteé, tú coqueteaste, él/ella/usted coqueteó, nosotros coqueteamos, vosotros coqueteasteis, ellos/ellas/ustedes coquetearon.
