costarVervoeging
costar betekent kosten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van costar is regelmatig: costara, costaras, costara, costáramos, costarais, costaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs volgt de o-naar-ue klinkerwisseling: cueste, cuestes, cueste, costemos, costéis, cuesten.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve imperatief gebruikt de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no cuestes, no cueste, no costemos, no costéis, no cuesten.
Imperative
De imperatief van costar gebruikt de met klinkerwisseling 'cuesta' (tú) en 'cuesten' (ustedes).
Indicative
Conditional
De conditioneel van costar is regelmatig: costaría, costarías, costaría, costaríamos, costaríais, costarían.
Preterite
De preteritum van costar is regelmatig: costé, costaste, costó, costamos, costasteis, costaron.
Imperfect
De imperfectum van costar is regelmatig: costaba, costabas, costaba, costábamos, costabais, costaban.
Present
In de tegenwoordige tijd volgt costar een o-naar-ue klinkerwisseling: cuesto, cuestas, cuesta, costamos, costáis, cuestan.
Future
De toekomende tijd van costar is regelmatig: costaré, costarás, costará, costaremos, costaréis, costarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng costar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'costar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent costar in het Spaans?
costar betekent "kosten".
Is costar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
costar is een irregular (o to ue change) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je costar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van costar is: yo cuesto, tú cuestas, él/ella/usted cuesta, nosotros costamos, vosotros costáis, ellos/ellas/ustedes cuestan.
Hoe vervoeg je costar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van costar is: yo costé, tú costaste, él/ella/usted costó, nosotros costamos, vosotros costasteis, ellos/ellas/ustedes costaron.
