crecerVervoeging
crecer betekent groeien.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Crecer is alleen onregelmatig in de 'yo'-vorm: crezco, creces, crece, crecemos, crecéis, crecen.
Future
De toekomende tijd van crecer is regelmatig: creceré, crecerás, crecerá, creceremos, creceréis, crecerán.
Imperfect
De imperfecto van crecer is regelmatig: crecía, crecías, crecía, crecíamos, crecíais, crecían.
Conditional
De conditionele van crecer is regelmatig: crecería, crecerías, crecería, creceríamos, creceríais, crecerían.
Preterite
De preterito van crecer is regelmatig: crecí, creciste, creció, crecimos, crecisteis, crecieron.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs gebruikt altijd de 'zc'-stam: no crezcas, no crezca, no crezcamos, no crezcáis, no crezcan.
Imperative
De gebiedende wijs gebruikt 'crece' (tú) en 'crezca' (usted): crece, crezca, crezcamos, creced, crezcan.
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige subjunctief gebruikt de 'zc'-stam voor alle vormen: crezca, crezcas, crezca, crezcamos, crezcáis, crezcan.
Imperfect Subjunctive
De imperfecto subjunctief is regelmatig: creciera, crecieras, creciera, creciéramos, crecierais, crecieran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng crecer van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'crecer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent crecer in het Spaans?
crecer betekent "groeien".
Is crecer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
crecer is een irregular (spelling change c -> zc in 'yo' form) -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je crecer in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van crecer is: yo crezco, tú creces, él/ella/usted crece, nosotros crecemos, vosotros crecéis, ellos/ellas/ustedes crecen.
Hoe vervoeg je crecer in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van crecer is: yo crecí, tú creciste, él/ella/usted creció, nosotros crecimos, vosotros crecisteis, ellos/ellas/ustedes crecieron.
