creerVervoeging
creer betekent denken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van 'creer' is regelmatig: creo, crees, cree, creemos, creéis, creen.
Future
De toekomende tijd van 'creer' is regelmatig: creeré, creerás, creerá, creeremos, creeréis, creerán.
Imperfect
De onvoltooide verleden tijd van 'creer' is regelmatig: creía, creías, creía, creíamos, creíais, creían.
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'creer' is regelmatig: creería, creerías, creería, creeríamos, creeríais, creerían.
Preterite
De verleden tijd van 'creer' is onregelmatig in de derde persoon, waar de 'i' verandert in een 'y': creyó en creyeron.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs van 'creer' gebruikt de aanvoegende wijs tegenwoordige tijd: no creas, no crea, no creamos, no creáis, no crean.
Imperative
De bevestigende gebiedende wijs van 'creer' is: cree (tú), crea (usted), cread (vosotros), crean (ustedes).
Subjunctive
Present Subjunctive
De aanvoegende wijs tegenwoordige tijd van 'creer' is regelmatig: crea, creas, crea, creamos, creáis, crean.
Imperfect Subjunctive
De aanvoegende wijs verleden tijd van 'creer' is onregelmatig, met gebruik van de 'y': creyera, creyeras, creyera, creyéramos, creyerais, creyeran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng creer van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'creer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent creer in het Spaans?
creer betekent "denken".
Is creer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
creer is een irregular (i changes to y) -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je creer in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van creer is: yo creo, tú crees, él/ella/usted cree, nosotros creemos, vosotros creéis, ellos/ellas/ustedes creen.
Hoe vervoeg je creer in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van creer is: yo creí, tú creíste, él/ella/usted creyó, nosotros creímos, vosotros creísteis, ellos/ellas/ustedes creyeron.
