cruzarVervoeging
cruzar betekent oversteken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Cruzar is een regelmatig -ar werkwoord in de tegenwoordige tijd: cruzo, cruzas, cruza, cruzamos, cruzáis, cruzan.
Future
Cruzar is regelmatig in de toekomende tijd: cruzaré, cruzarás, cruzará, cruzaremos, cruzaréis, cruzarán.
Imperfect
Cruzar is regelmatig in de imperfecto: cruzaba, cruzabas, cruzaba, cruzábamos, cruzabais, cruzaban.
Conditional
Cruzar is regelmatig in de conditioneel: cruzaría, cruzarías, cruzaría, cruzaríamos, cruzaríais, cruzarían.
Preterite
De preterito van cruzar heeft een spellingverandering in de 'yo'-vorm: crucé, cruzaste, cruzó, cruzamos, cruzasteis, cruzaron.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's voor cruzar gebruiken altijd de 'c'-spelling: no cruces, no cruce, no crucemos, no crucéis, no crucen.
Imperative
De gebiedende wijs voor cruzar gebruikt 'cruza' (tú) en de met spellingverandering 'cruce' (usted).
Subjunctive
Present Subjunctive
Cruzar heeft een spellingverandering (z naar c) in alle vormen: cruce, cruces, cruce, crucemos, crucéis, crucen.
Imperfect Subjunctive
Cruzar is regelmatig in de imperfect subjunctive: cruzara, cruzaras, cruzara, cruzáramos, cruzarais, cruzaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng cruzar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'cruzar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent cruzar in het Spaans?
cruzar betekent "oversteken".
Is cruzar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
cruzar is een regular (with spelling change) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je cruzar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van cruzar is: yo cruzo, tú cruzas, él/ella/usted cruza, nosotros cruzamos, vosotros cruzáis, ellos/ellas/ustedes cruzan.
Hoe vervoeg je cruzar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van cruzar is: yo crucé, tú cruzaste, él/ella/usted cruzó, nosotros cruzamos, vosotros cruzasteis, ellos/ellas/ustedes cruzaron.
