cubrirVervoeging
cubrir betekent bedekken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van 'cubrir' is een standaard -ir werkwoord: cubro, cubres, cubre, cubrimos, cubrís, cubren.
Future
Vorm de toekomende tijd door uitgangen aan het hele werkwoord toe te voegen: cubriré, cubrirás, cubrirá, cubriremos, cubriréis, cubrirán.
Imperfect
De imperfectum van 'cubrir' gebruikt standaard -ía uitgangen: cubría, cubrías, cubría, cubríamos, cubríais, cubrían.
Conditional
De conditioneel voegt -ía uitgangen toe aan het hele werkwoord: cubriría, cubrirías, cubriría, cubriríamos, cubriríais, cubrirían.
Preterite
De verleden tijd van 'cubrir' is regelmatig: cubrí, cubriste, cubrió, cubrimos, cubristeis, cubrieron.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's gebruiken 'no' + tegenwoordige tijd conjunctief: no cubras, no cubra, no cubramos, no cubráis, no cubran.
Imperative
Geef commando's met 'cubrir': cubre (jij), cubra (u), cubramos (wij), cubrid (jullie), cubran (zij/u allen).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief gebruikt -a uitgangen: cubra, cubras, cubra, cubramos, cubráis, cubran.
Imperfect Subjunctive
De imperfectum van de conjunctief gebruikt de 'cubrier-' stam: cubriera, cubrieras, cubriera, cubriéramos, cubrierais, cubrieran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng cubrir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'cubrir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent cubrir in het Spaans?
cubrir betekent "bedekken".
Is cubrir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
cubrir is een regular (except for past participle) -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je cubrir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van cubrir is: yo cubro, tú cubres, él/ella/usted cubre, nosotros cubrimos, vosotros cubrís, ellos/ellas/ustedes cubren.
Hoe vervoeg je cubrir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van cubrir is: yo cubrí, tú cubriste, él/ella/usted cubrió, nosotros cubrimos, vosotros cubristeis, ellos/ellas/ustedes cubrieron.
