cuestionarVervoeging
cuestionar betekent aanvechten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik de verleden tijd conjunctiefvormen zoals 'cuestionara' of 'cuestionase' voor hypothetische situaties of wensen in het verleden.
Present Subjunctive
Gebruik de tegenwoordige tijd conjunctiefvormen zoals 'cuestione' (ik/hij/zij/u) en 'cuestionen' (zij/jullie/u) na uitdrukkingen van twijfel of verlangen.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no cuestiones' (jij) en 'no cuestionen' (jullie/u) voor negatieve bevelen.
Imperative
Gebruik imperatiefvormen zoals 'cuestiona' (jij) en 'cuestionen' (jullie/u) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van cuestionar is regelmatig: cuestionaría, cuestionarías, cuestionaría, cuestionaríamos, cuestionaríais, cuestionarían.
Preterite
De preteritum van cuestionar is regelmatig: cuestioné, cuestionaste, cuestionó, cuestionamos, cuestionasteis, cuestionaron.
Imperfect
De imperfectum van cuestionar is regelmatig: cuestionaba, cuestionabas, cuestionaba, cuestionábamos, cuestionabais, cuestionaban.
Present
De tegenwoordige tijd indicatief van cuestionar is regelmatig: cuestiono, cuestionas, cuestiona, cuestionamos, cuestionáis, cuestionan.
Future
De toekomstige tijd van cuestionar is regelmatig: cuestionaré, cuestionarás, cuestionará, cuestionaremos, cuestionaréis, cuestionarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng cuestionar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'cuestionar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent cuestionar in het Spaans?
cuestionar betekent "aanvechten".
Is cuestionar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
cuestionar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je cuestionar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van cuestionar is: yo cuestiono, tú cuestionas, él/ella/usted cuestiona, nosotros cuestionamos, vosotros cuestionáis, ellos/ellas/ustedes cuestionan.
Hoe vervoeg je cuestionar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van cuestionar is: yo cuestioné, tú cuestionaste, él/ella/usted cuestionó, nosotros cuestionamos, vosotros cuestionasteis, ellos/ellas/ustedes cuestionaron.
