cuidarVervoeging
cuidar betekent zorgen voor.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van 'cuidar' is regelmatig: 'cuido', 'cuidas', 'cuida', 'cuidamos', 'cuidáis', 'cuidan'.
Future
De toekomende tijd van 'cuidar' gebruikt het hele werkwoord plus standaard uitgangen: 'cuidaré', 'cuidarás', 'cuidará'.
Imperfect
De imperfectum van 'cuidar' volgt het regelmatige -aba patroon: 'cuidaba', 'cuidabas', 'cuidaba', 'cuidábamos'.
Conditional
De conditioneel van 'cuidar' is regelmatig: 'cuidaría', 'cuidarías', 'cuidaría', 'cuidaríamos', 'cuidaríais', 'cuidarían'.
Preterite
'Cuidar' is regelmatig in de verleden tijd: 'cuidé', 'cuidaste', 'cuidó', 'cuidamos', 'cuidasteis', 'cuidaron'.
Imperative
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van 'cuidar' gebruikt 'no' plus de tegenwoordige conjunctief: 'no cuides', 'no cuide'.
Imperative
Hetgebiedende wijs van 'cuidar' geeft directe bevelen: 'cuida' (jij), 'cuidad' (jullie), 'cuide' (u).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van 'cuidar' gebruikt -e uitgangen: 'cuide', 'cuides', 'cuide', 'cuidemos', 'cuidéis', 'cuiden'.
Imperfect Subjunctive
De verleden conjunctief van 'cuidar' gebruikt de stam van de verleden tijd: 'cuidara', 'cuidaras', 'cuidara', 'cuidáramos'.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng cuidar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'cuidar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent cuidar in het Spaans?
cuidar betekent "zorgen voor".
Is cuidar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
cuidar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je cuidar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van cuidar is: yo cuido, tú cuidas, él/ella/usted cuida, nosotros cuidamos, vosotros cuidáis, ellos/ellas/ustedes cuidan.
Hoe vervoeg je cuidar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van cuidar is: yo cuidé, tú cuidaste, él/ella/usted cuidó, nosotros cuidamos, vosotros cuidasteis, ellos/ellas/ustedes cuidaron.
