debatirVervoeging
debatir betekent debatteren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van debatir (debiera/debatiera) drukt hypothetische situaties in het verleden of wensen uit.
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van debatir (debata) wordt gebruikt voor wensen, twijfels en suggesties.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's voor debatir gebruiken de tegenwoordige conjunctief: no debatas, no debatamos, no debatan, no debatáis.
Imperative
Het gebiedende wijs van debatir heeft regelmatige vormen voor commando's: debate, debatamos, debatan, debatid.
Indicative
Conditional
De conditionele vorm van debatir (debatiría) drukt 'zou'-scenario's en beleefde verzoeken uit.
Preterite
De voltooid verleden tijd (preterite) van debatir is regelmatig: debatí, debiste, debatió, debatimos, debatisteis, debatieron.
Imperfect
De imperfectum van debatir (debatía) beschrijft doorlopende of gebruikelijke debatten uit het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van debatir (debato) beschrijft huidige of gebruikelijke debatten.
Future
De toekomende tijd van debatir (debatiré) geeft acties aan die zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng debatir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'debatir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent debatir in het Spaans?
debatir betekent "debatteren".
Is debatir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
debatir is een regular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je debatir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van debatir is: yo debato, tú debates, él/ella/usted debate, nosotros debatimos, vosotros debatís, ellos/ellas/ustedes debaten.
Hoe vervoeg je debatir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van debatir is: yo debatí, tú debatiste, él/ella/usted debatió, nosotros debatimos, vosotros debatisteis, ellos/ellas/ustedes debatieron.
