debilitarVervoeging
debilitar means verzwakken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief van debilitar (bijv. debilitara, debilitase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties of wensen uit het verleden.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van debilitar (debilite, debilites, etc.) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor debilitar gebruiken de tegenwoordige tijd van de conjunctief: no debilites, no debilite, etc.
Imperative
Het gebiedende wijs van debilitar is regelmatig in de bevestigende tú-vorm: debilita.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van debilitar (debilitaría, debilitarías, etc.) is regelmatig en wordt gebruikt voor hypothetische situaties ('zou') of beleefde verzoeken.
Preterite
De voltooid verleden tijd van debilitar is regelmatig: debilité, debilitaste, debilitó, debilitamos, debilitasteis, debilitaron.
Imperfect
De imperfectum van debilitar (debilitaba, debilitabas, etc.) beschrijft voortdurende of gebruikelijke acties uit het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van debilitar (debilitó, debilitas, etc.) beschrijft huidige acties of algemene waarheden.
Future
De toekomende tijd van debilitar (debilitaré, debilitarás, etc.) is regelmatig en wordt gebruikt voor toekomstige acties of waarschijnlijkheid.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng debilitar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'debilitar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent debilitar in het Spaans?
debilitar betekent "verzwakken".
Is debilitar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
debilitar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je debilitar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van debilitar is: yo debilito, tú debilitas, él/ella/usted debilita, nosotros debilitamos, vosotros debilitáis, ellos/ellas/ustedes debilitan.
Hoe vervoeg je debilitar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van debilitar is: yo debilité, tú debilitaste, él/ella/usted debilitó, nosotros debilitamos, vosotros debilitasteis, ellos/ellas/ustedes debilitaron.
