decaerVervoeging
decaer means afnemen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van decaer gebruikt de 'y'-stam: decayera, decayeras, decayéramos.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van decaer voegt een 'g' toe aan de stam: decaiga, decaigas, decaiga, decaigamos, decaigáis, decaigan.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs gebruikt de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no decaigas, no decaiga, no decaigamos, no decaigáis, no decaigan.
Imperative
De gebiedende wijs van decaer gebruikt de 'g'-stam voor formele bevelen: decae, decaiga, decaigamos, decaed, decaigan.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van decaer is regelmatig: decaería, decaerías, decaería, decaeríamos, decaeríais, decaerían.
Preterite
De verleden tijd van decaer heeft een 'y' in de derde persoon: decaí, decaíste, decayó, decaímos, decaísteis, decayeron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van decaer is regelmatig voor -er werkwoorden: decaía, decaías, decaía, decaíamos, decaíais, decaían.
Present
De tegenwoordige tijd van decaer is grotendeels regelmatig, behalve de 'yo'-vorm: decaigo.
Future
De toekomstige tijd van decaer is regelmatig: decaeré, decaerás, decaerá, decaeremos, decaeréis, decaerán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng decaer van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'decaer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent decaer in het Spaans?
decaer betekent "afnemen".
Is decaer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
decaer is een irregular -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je decaer in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van decaer is: yo decaigo, tú decaes, él/ella/usted decae, nosotros decaemos, vosotros decaéis, ellos/ellas/ustedes decaen.
Hoe vervoeg je decaer in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van decaer is: yo decaí, tú decaíste, él/ella/usted decayó, nosotros decaímos, vosotros decaísteis, ellos/ellas/ustedes decayeron.
