dejarVervoeging
dejar betekent achterlaten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
'Dejar' is regelmatig in de tegenwoordige tijd: dejo, dejas, deja, dejamos, dejáis, dejan.
Future
Om de toekomende tijd van 'dejar' te vormen, voeg je de uitgangen toe aan het hele werkwoord: dejaré, dejarás, dejará, dejaremos, dejaréis, dejarán.
Imperfect
'Dejar' is regelmatig in de imperfectum: dejaba, dejabas, dejaba, dejábamos, dejabais, dejaban.
Conditional
De conditioneel van 'dejar' gebruikt het hele werkwoord plus de -ía uitgangen: dejaría, dejarías, dejaría, dejaríamos, dejaríais, dejarían.
Preterite
De onvoltooid verleden tijd van 'dejar' volgt het regelmatige -ar patroon: dejé, dejaste, dejó, dejamos, dejasteis, dejaron.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs van 'dejar' gebruikt de conjunctief: no dejes, no dejéis, no deje, no dejemos, no dejen.
Imperative
De gebiedende wijs van 'dejar' gebruikt de vormen: deja, dejad, deje, dejemos, dejen.
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van 'dejar' gebruikt de 'e'-klank: deje, dejes, deje, dejemos, dejéis, dejen.
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief van 'dejar' wordt gevormd uit de stam 'dejaron': dejara, dejaras, dejara, dejáramos, dejarais, dejaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng dejar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'dejar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent dejar in het Spaans?
dejar betekent "achterlaten".
Is dejar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
dejar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je dejar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van dejar is: yo dejo, tú dejas, él/ella/usted deja, nosotros dejamos, vosotros dejáis, ellos/ellas/ustedes dejan.
Hoe vervoeg je dejar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van dejar is: yo dejé, tú dejaste, él/ella/usted dejó, nosotros dejamos, vosotros dejasteis, ellos/ellas/ustedes dejaron.
