delatarVervoeging
delatar means aangeven.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfect subjunctive (delatara/delatase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of twijfels over gebeurtenissen in het verleden.
Present Subjunctive
De present subjunctive (delate, delates, delatemos, delaten, delatéis) wordt gebruikt na wensen, twijfels, emoties en onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
No delates (jij), no delate (u), no delatemos (wij), no delaten (jullie/u), no delatéis (jullie) zijn negatieve bevelen om niet aan te geven.
Imperative
Delata (jij), delate (u), delatemos (wij), delaten (jullie/u), delatad (jullie) zijn bevelen om aan te geven.
Indicative
Conditional
De conditional van 'delatar' is regelmatig: delataría, delatarías, delataría, delataríamos, delataríais, delatarían.
Preterite
De preterite van 'delatar' is regelmatig: delaté, delataste, delató, delatamos, delatasteis, delataron.
Imperfect
De imperfect van 'delatar' is regelmatig: delataba, delatabas, delataba, delatábamos, delatabais, delataban.
Present
De present tense van 'delatar' is regelmatig: delato, delatas, delata, delatamos, delatáis, delatan.
Future
De future tense van 'delatar' is regelmatig: delataré, delatarás, delatará, delataremos, delataréis, delatarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng delatar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'delatar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent delatar in het Spaans?
delatar betekent "aangeven".
Is delatar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
delatar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je delatar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van delatar is: yo delato, tú delatas, él/ella/usted delata, nosotros delatamos, vosotros delatáis, ellos/ellas/ustedes delatan.
Hoe vervoeg je delatar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van delatar is: yo delaté, tú delataste, él/ella/usted delató, nosotros delatamos, vosotros delatasteis, ellos/ellas/ustedes delataron.
