demandarVervoeging
demandar betekent aanklagen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecto subjunctief van demandar (demandara/demandase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties of wensen in het verleden.
Present Subjunctive
De presens subjunctief van demandar (demande, demandes, etc.) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor demandar gebruiken de presens subjunctief: no demandes (jij), no demanden (jullie).
Imperative
Demandar is een regulier -ar werkwoord in de gebiedende wijs, met vormen als demanda (jij) en demandad (jullie).
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van demandar is regelmatig: demandaría, demandarías, demandaría, demandaríamos, demandaríais, demandarían.
Preterite
Demandar is regelmatig in de pretérito: demandé, demandaste, demandó, demandamos, demandasteis, demandaron.
Imperfect
Demandar is regelmatig in de imperfectum: demandaba, demandabas, demandaba, demandábamos, demandabais, demandaban.
Present
Demandar is regelmatig in de presens: demando, demandas, demanda, demandamos, demandáis, demandan.
Future
De toekomende tijd van demandar is regelmatig: demandaré, demandarás, demandará, demandaremos, demandaréis, demandarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng demandar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'demandar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent demandar in het Spaans?
demandar betekent "aanklagen".
Is demandar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
demandar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je demandar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van demandar is: yo demando, tú demandas, él/ella/usted demanda, nosotros demandamos, vosotros demandáis, ellos/ellas/ustedes demandan.
Hoe vervoeg je demandar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van demandar is: yo demandé, tú demandaste, él/ella/usted demandó, nosotros demandamos, vosotros demandasteis, ellos/ellas/ustedes demandaron.
