demolerVervoeging
demoler means slopen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van demoler is regelmatig, gebaseerd op de stam van de derde persoon verleden tijd: demoliera, demolieras...
Present Subjunctive
Demoler volgt een o-naar-ue klinkerwijziging in de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs, behalve voor nosotros en vosotros.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs gebruikt de vormen van de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no demuelas, no demuela, etc.
Imperative
De gebiedende wijs gebruikt 'demuele' (tú) en 'demuelan' (ustedes), volgens de o-naar-ue klinkerwijziging.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van demoler is regelmatig: demolería, demolerías, demolería...
Preterite
Demoler is volledig regelmatig in de verleden tijd: demolí, demoliste, demolió.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van demoler is regelmatig: demolía, demolías, demolía...
Present
Demoler heeft een o-naar-ue klinkerwijziging in alle vormen behalve nosotros en vosotros.
Future
De toekomende tijd van demoler is regelmatig: voeg gewoon de uitgangen toe aan het hele werkwoord.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng demoler van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'demoler' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent demoler in het Spaans?
demoler betekent "slopen".
Is demoler een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
demoler is een irregular stem-changing -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je demoler in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van demoler is: yo demuelo, tú demueles, él/ella/usted demuele, nosotros demolemos, vosotros demoléis, ellos/ellas/ustedes demuelen.
Hoe vervoeg je demoler in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van demoler is: yo demolí, tú demoliste, él/ella/usted demolió, nosotros demolimos, vosotros demolisteis, ellos/ellas/ustedes demolieron.
