dependerVervoeging
depender betekent afhangen van.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Future
De toekomende tijd van 'depender' is regelmatig: dependeré, dependerás, dependerá, dependeremos, dependeréis, dependerán.
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'depender' is regelmatig: dependería, dependerías, dependería, dependeríamos, dependeríais, dependerían.
Present
De tegenwoordige tijd van 'depender' is regelmatig: dependo, dependes, depende, dependemos, dependéis, dependen.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van 'depender' is regelmatig: dependía, dependías, dependía, dependíamos, dependíais, dependían.
Preterite
De onvoltooid verleden tijd van 'depender' is regelmatig: dependí, dependiste, dependió, dependimos, dependisteis, dependieron.
Imperative
Imperative
De gebiedende wijs van 'depender' gebruikt standaard -er uitgangen: depende, dependa, dependamos, depended, dependan.
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs van 'depender' wordt gevormd met 'no' + tegenwoordige tijd aanvoegende wijs: no dependas, no dependa, no dependamos, no dependáis, no dependan.
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd aanvoegende wijs van 'depender' is regelmatig: dependa, dependas, dependa, dependamos, dependáis, dependan.
Imperfect Subjunctive
De onvoltooid verleden tijd aanvoegende wijs van 'depender' is regelmatig: dependiera, dependieras, dependiera, dependiéramos, dependierais, dependieran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng depender van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'depender' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent depender in het Spaans?
depender betekent "afhangen van".
Is depender een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
depender is een regular -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je depender in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van depender is: yo dependo, tú dependes, él/ella/usted depende, nosotros dependemos, vosotros dependéis, ellos/ellas/ustedes dependen.
Hoe vervoeg je depender in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van depender is: yo dependí, tú dependiste, él/ella/usted dependió, nosotros dependimos, vosotros dependisteis, ellos/ellas/ustedes dependieron.
