deportarVervoeging
deportar means uitwijzen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van deportar (deportara/deportase) drukt hypothetische situaties in het verleden of wensen uit.
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van deportar (deporte, deportes, deportemos, deporten) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Ontkennende bevelen van deportar gebruiken de tegenwoordige conjunctief: no deporta (jij), no deporte (u), no deportemos (wij), no deporten (jullie/zij), no deportéis (jullie, meervoud).
Imperative
Gebiedende wijs van deportar: deporta (jij), deporte (u), deportemos (wij), deporten (jullie/zij), deportad (jullie, meervoud).
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van deportar (deportaría, deportarías, deportaría, deportaríamos, deportaríais, deportarían) drukt hypothetische ('zou') of beleefde uitwijzingen uit.
Preterite
De preteritum van deportar is regelmatig: deporté, deportaste, deportó, deportamos, deportasteis, deportaron.
Imperfect
De imperfectum van deportar (deportaba, deportabas, deportaba, deportábamos, deportabais, deportaban) beschrijft doorlopende of gebruikelijke uitwijzingen in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van deportar (deporto, deportas, deporta, deportamos, deportáis, deportan) beschrijft huidige of gebruikelijke uitwijzingen.
Future
De toekomende tijd van deportar (deportaré, deportarás, deportará, deportaremos, deportaréis, deportarán) geeft toekomstige uitwijzingen aan.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng deportar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'deportar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent deportar in het Spaans?
deportar betekent "uitwijzen".
Is deportar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
deportar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je deportar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van deportar is: yo deporto, tú deportas, él/ella/usted deporta, nosotros deportamos, vosotros deportáis, ellos/ellas/ustedes deportan.
Hoe vervoeg je deportar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van deportar is: yo deporté, tú deportaste, él/ella/usted deportó, nosotros deportamos, vosotros deportasteis, ellos/ellas/ustedes deportaron.
