derrocarVervoeging
derrocar means omverwerpen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van 'derrocar' is regelmatig: derrocara, derrocaras, derrocara, derrocáramos, derrocarais, derrocaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van 'derrocar' volgt een c-naar-qu spellingwijziging in alle vormen: derroque, derroques, derroque, derroquemos, derroquéis, derroquen.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve imperatief van 'derrocar' gebruikt de 'qu'-spellingwijziging voor alle vormen: no derroques, no derroque, no derroquemos, no derroquéis, no derroquen.
Imperative
De imperatief van 'derrocar' gebruikt de spellingwijziging 'qu' voor formele bevelen: derroca (tú), derroque (usted).
Indicative
Conditional
De conditioneel van 'derrocar' is regelmatig: derrocaría, derrocarías, derrocaría, derrocaríamos, derrocaríais, derrocarían.
Preterite
De preteritum van 'derrocar' is regelmatig, behalve een spellingwijziging in de 'yo'-vorm: derroqué.
Imperfect
De imperfectum van 'derrocar' is regelmatig: derrocaba, derrocabas, derrocaba, derrocábamos, derrocabais, derrocaban.
Present
De tegenwoordige tijd van 'derrocar' is volledig regelmatig: derroco, derrocas, derroca, derrocamos, derrocáis, derrocan.
Future
De toekomende tijd van 'derrocar' is regelmatig: derrocaré, derrocarás, derrocará, derrocaremos, derrocaréis, derrocarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng derrocar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'derrocar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent derrocar in het Spaans?
derrocar betekent "omverwerpen".
Is derrocar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
derrocar is een regular with spelling changes -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je derrocar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van derrocar is: yo derroco, tú derrocas, él/ella/usted derroca, nosotros derrocamos, vosotros derrocáis, ellos/ellas/ustedes derrocan.
Hoe vervoeg je derrocar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van derrocar is: yo derroqué, tú derrocaste, él/ella/usted derrocó, nosotros derrocamos, vosotros derrocasteis, ellos/ellas/ustedes derrocaron.
