desalojarVervoeging
desalojar means iemand uitzetten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte aanvoegende wijs (subjunctief) 'desalojara' of 'desalojase' wordt gebruikt voor hypothetische situaties of wensen in het verleden.
Present Subjunctive
De aanvoegende wijs (subjunctief) 'desaloje' (hij/zij/u) wordt gebruikt voor wensen, twijfels en emoties.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's zoals 'no desalojes' (jij) gebruiken de aanvoegende wijs (subjunctief).
Imperative
Gebruik gebiedende wijs vormen zoals 'desaloja' (jij) en 'desalojen' (jullie/zij) voor directe commando's.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs (conditioneel) 'desalojaría' (ik) drukt hypothetische situaties ('zou uitzetten') of beleefde verzoeken uit.
Preterite
De voltooid verleden tijd (preteritum) van desalojar is regelmatig: desalojé, desalojaste, desalojó, desalojamos, desalojasteis, desalojaron.
Imperfect
De imperfectum 'desalojaba' beschrijft lopende of gebruikelijke acties in het verleden, zoals 'vroeger uitzetten' of 'was aan het uitzetten'.
Present
De tegenwoordige tijd (indicatief) 'desalojo' (ik) beschrijft huidige acties of gewoonten, zoals 'ik zet uit' of 'ik ontruim'.
Future
De toekomende tijd 'desalojaré' (ik) geeft acties aan die zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng desalojar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'desalojar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent desalojar in het Spaans?
desalojar betekent "iemand uitzetten".
Is desalojar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
desalojar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je desalojar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van desalojar is: yo desalojo, tú desalojas, él/ella/usted desaloja, nosotros desalojamos, vosotros desalojáis, ellos/ellas/ustedes desalojan.
Hoe vervoeg je desalojar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van desalojar is: yo desalojé, tú desalojaste, él/ella/usted desalojó, nosotros desalojamos, vosotros desalojasteis, ellos/ellas/ustedes desalojaron.
