desconfiarVervoeging
desconfiar means wantrouwen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van desconfiar is regelmatig, gevormd uit de derde persoon meervoud verleden tijd: desconfiara.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van desconfiar heeft een accent op de 'í' voor alle vormen behalve nosotros en vosotros.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs van desconfiar volgt de vormen van de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no desconfíes, no desconfíe...
Imperative
De gebiedende wijs van desconfiar gebruikt het accent op de 'í' voor enkelvoudige en meervoudige bevelen (behalve vosotros).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van desconfiar is regelmatig: desconfiaría, desconfiarías, desconfiaría...
Preterite
De verleden tijd van desconfiar is regelmatig: desconfié, desconfiaste, desconfió, desconfiamos, desconfiasteis, desconfiaron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van desconfiar is regelmatig: desconfiaba, desconfiabas, desconfiaba...
Present
De tegenwoordige tijd van de indicatief van desconfiar vereist een accent op de 'í' in alle vormen behalve nosotros en vosotros.
Future
De toekomende tijd van desconfiar is volledig regelmatig: desconfiaré, desconfiarás, desconfiará...
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng desconfiar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'desconfiar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent desconfiar in het Spaans?
desconfiar betekent "wantrouwen".
Is desconfiar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
desconfiar is een regular with accent changes -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je desconfiar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van desconfiar is: yo desconfío, tú desconfías, él/ella/usted desconfía, nosotros desconfiamos, vosotros desconfiáis, ellos/ellas/ustedes desconfían.
Hoe vervoeg je desconfiar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van desconfiar is: yo desconfié, tú desconfiaste, él/ella/usted desconfió, nosotros desconfiamos, vosotros desconfiasteis, ellos/ellas/ustedes desconfiaron.
