desembarcarVervoeging
desembarcar means van boord gaan.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van desembarcar is regelmatig: desembarcara, desembarcaras, desembarcara, desembarcáramos, desembarcarais, desembarcaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van desembarcar gebruikt 'qu' in alle vormen: desembarque, desembarques, desembarque, etc.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs van desembarcar gebruikt altijd 'qu': no desembarques, no desembarque, no desembarquemos, no desembarquéis, no desembarquen.
Imperative
De gebiedende wijs van desembarcar geeft directe bevelen: desembarca (tú), desembarque (usted), desembarquen (ustedes).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van desembarcar is regelmatig: desembarcaría, desembarcarías, desembarcaría, desembarcaríamos, desembarcaríais, desembarcarían.
Preterite
De verleden tijd van desembarcar heeft een spellingwijziging in de 'yo'-vorm: desembarqué.
Imperfect
De onvoltooide verleden tijd van desembarcar is regelmatig: desembarcaba, desembarcabas, desembarcaba, desembarcábamos, desembarcabais, desembarcaban.
Present
De tegenwoordige tijd van desembarcar is regelmatig: desembarco, desembarcas, desembarca, desembarcamos, desembarcáis, desembarcan.
Future
De toekomende tijd van desembarcar is regelmatig: desembarcaré, desembarcarás, desembarcará, desembarcaremos, desembarcaréis, desembarcarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng desembarcar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'desembarcar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent desembarcar in het Spaans?
desembarcar betekent "van boord gaan".
Is desembarcar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
desembarcar is een regular with spelling change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je desembarcar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van desembarcar is: yo desembarco, tú desembarcas, él/ella/usted desembarca, nosotros desembarcamos, vosotros desembarcáis, ellos/ellas/ustedes desembarcan.
Hoe vervoeg je desembarcar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van desembarcar is: yo desembarqué, tú desembarcaste, él/ella/usted desembarcó, nosotros desembarcamos, vosotros desembarcasteis, ellos/ellas/ustedes desembarcaron.
