desgarrarVervoeging
desgarrar betekent scheuren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik de imperfectum conjunctief desgarrara of desgarrase voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of beleefde verzoeken.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd conjunctief desgarre, desgarres, desgarremos, desgarren wordt gebruikt voor wensen, twijfels, emoties en onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik no + tegenwoordige tijd conjunctief vormen zoals no desgarres, no desgarre, no desgarréis, no desgarremos, no desgarren om acties te verbieden.
Imperative
Gebruik de gebiedende wijs vormen desgarra, desgarre, desgarrad, desgarremos, desgarren voor directe bevelen met desgarrar.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van desgarrar is regelmatig: desgarraría, desgarrarías, desgarraría, desgarraríamos, desgarraríais, desgarrarían.
Preterite
De preteritum van desgarrar is regelmatig: desgarré, desgarraste, desgarró, desgarró, desgarraron.
Imperfect
De imperfectum van desgarrar is regelmatig: desgarraba, desgarrabas, desgarraba, desgarrábamos, desgarrabais, desgarraban.
Present
De tegenwoordige tijd van desgarrar is regelmatig: desgarro, desgarras, desgarra, desgarras, desgarran.
Future
De toekomende tijd van desgarrar is regelmatig: desgarraré, desgarrarás, desgarrará, desgarrarás, desgarrarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng desgarrar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'desgarrar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent desgarrar in het Spaans?
desgarrar betekent "scheuren".
Is desgarrar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
desgarrar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je desgarrar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van desgarrar is: yo desgarro, tú desgarras, él/ella/usted desgarra, nosotros desgarramos, vosotros desgarráis, ellos/ellas/ustedes desgarran.
Hoe vervoeg je desgarrar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van desgarrar is: yo desgarré, tú desgarraste, él/ella/usted desgarró, nosotros desgarramos, vosotros desgarrasteis, ellos/ellas/ustedes desgarraron.
