despacharVervoeging
despachar betekent bedienen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van 'despachar' (-ra vorm): despachara, despacharas, despachara, despacháramos, despacharais, despacharan.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd conjunctief van 'despachar': despache, despaches, despache, despachemos, despachéis, despachen.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's voor 'despachar' gebruiken de tegenwoordige tijd conjunctief: no despaches (jij), no despache (u), no despachemos (wij), no despachen (jullie/zij), no despachéis (jullie - verouderd).
Imperative
Het gebiedende wijs van 'despachar' gebruikt specifieke commando-vormen: despacha (jij), despache (u), despachemos (wij), despachen (jullie/zij), despachad (jullie - verouderd).
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van 'despachar' is regelmatig: despacharía, despacharías, despacharía, despacharíamos, despacharíais, despacharían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'despachar' is regelmatig: despaché, despachaste, despachó, despachamos, despachasteis, despacharon.
Imperfect
De imperfectum van 'despachar' is regelmatig: despachaba, despachabas, despachaba, despachábamos, despachabais, despachaban.
Present
De tegenwoordige tijd indicatief van 'despachar' is regelmatig: despacho, despachas, despacha, despachamos, despacháis, despachan.
Future
De toekomende tijd van 'despachar' is regelmatig: despacharé, despacharás, despachará, despacharemos, despacharéis, despacharán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng despachar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'despachar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent despachar in het Spaans?
despachar betekent "bedienen".
Is despachar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
despachar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je despachar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van despachar is: yo despacho, tú despachas, él/ella/usted despacha, nosotros despachamos, vosotros despacháis, ellos/ellas/ustedes despachan.
Hoe vervoeg je despachar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van despachar is: yo despaché, tú despachaste, él/ella/usted despachó, nosotros despachamos, vosotros despachasteis, ellos/ellas/ustedes despacharon.
