despedirVervoeging
despedir betekent ontslaan.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Despedir is een stamveranderend werkwoord (e > i) in alle vormen behalve nosotros en vosotros.
Future
Despedir is volledig regelmatig in de toekomende tijd, waarbij de volledige infinitief als basis wordt gebruikt.
Imperfect
Despedir is regelmatig in de imperfectum: despedía, despedías, despedía, despedíamos, despedíais, despedían.
Conditional
De conditioneel van despedir is regelmatig en wordt gevormd door uitgangen toe te voegen aan de infinitief: despediría.
Preterite
Despedir heeft een stamverandering (e > i) alleen in de derde persoon: despidió en despidieron.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken de tegenwoordige subjunctief vormen: no despidas, no despida.
Imperative
De imperatief gebruikt 'despide' voor tú en 'despida' voor formele bevelen.
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige subjunctief van despedir verandert de stam e > i in ALLE vormen, inclusief nosotros.
Imperfect Subjunctive
Gebaseerd op de derde persoon preteritus, gebruikt de imperfectum subjunctief de 'i' stam: despidiera.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng despedir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'despedir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent despedir in het Spaans?
despedir betekent "ontslaan".
Is despedir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
despedir is een irregular (stem changing e>i in certain forms) -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je despedir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van despedir is: yo despido, tú despides, él/ella/usted despide, nosotros despedimos, vosotros despedís, ellos/ellas/ustedes despiden.
Hoe vervoeg je despedir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van despedir is: yo despedí, tú despediste, él/ella/usted despidió, nosotros despedimos, vosotros despedisteis, ellos/ellas/ustedes despidieron.
