despejarVervoeging
despejar betekent opruimen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs (despejara/despejase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties en wensen uit het verleden.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs (despeje, despejes, etc.) volgt op uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no despejes', 'no despeje', 'no despejemos', 'no despejen', 'no despejéis' voor negatieve bevelen.
Imperative
Gebruik 'despeja', 'despeje', 'despejemos', 'despejen', 'despejad' voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs (despejaría, despejarías, etc.) drukt hypothetische situaties, beleefde verzoeken of toekomende tijd in het verleden uit.
Preterite
De voltooid verleden tijd van despejar is regelmatig: despejé, despejaste, despejó, despejamos, despejasteis, despejaron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd (despejaba, despejabas, etc.) beschrijft lopende of gebruikelijke handelingen uit het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd (despejo, despejas, etc.) beschrijft huidige of gebruikelijke handelingen.
Future
De toekomende tijd (despejaré, despejarás, etc.) geeft aan dat acties zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng despejar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'despejar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent despejar in het Spaans?
despejar betekent "opruimen".
Is despejar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
despejar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je despejar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van despejar is: yo despejo, tú despejas, él/ella/usted despeja, nosotros despejamos, vosotros despejáis, ellos/ellas/ustedes despejan.
Hoe vervoeg je despejar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van despejar is: yo despejé, tú despejaste, él/ella/usted despejó, nosotros despejamos, vosotros despejasteis, ellos/ellas/ustedes despejaron.
