despertarVervoeging
despertar betekent wakker maken (iemand).
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Despertar heeft een e→ie stamverandering in alle vormen behalve nosotros en vosotros.
Future
De toekomende tijd van despertar is regelmatig: despertaré, despertarás, despertará, despertaremos, despertaréis, despertarán.
Imperfect
Despertar is regelmatig in de imperfecto: despertaba, despertabas, despertaba, despertábamos, despertabais, despertaban.
Conditional
De conditioneel van despertar is regelmatig: despertaría, despertarías, despertaría, despertaríamos, despertaríais, despertarían.
Preterite
Despertar is regelmatig in de preterito: desperté, despertaste, despertó, despertamos, despertasteis, despertaron.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's gebruiken de aanvoegende wijs tegenwoordige tijd: no despiertes (tú), no despierte (usted).
Imperative
Geef commando's met despierta (tú), despierte (usted), of despertad (vosotros).
Subjunctive
Present Subjunctive
De aanvoegende wijs tegenwoordige tijd volgt de e→ie stamverandering: despierte, despiertes, despierte, despertemos, despertéis, despierten.
Imperfect Subjunctive
De aanvoegende wijs verleden tijd van despertar is regelmatig: despertara, despertaras, despertara, despertáramos, despertarais, despertaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng despertar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'despertar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent despertar in het Spaans?
despertar betekent "wakker maken (iemand)".
Is despertar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
despertar is een irregular (e→ie stem change) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je despertar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van despertar is: yo despierto, tú despiertas, él/ella/usted despierta, nosotros despertamos, vosotros despertáis, ellos/ellas/ustedes despiertan.
Hoe vervoeg je despertar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van despertar is: yo desperté, tú despertaste, él/ella/usted despertó, nosotros despertamos, vosotros despertasteis, ellos/ellas/ustedes despertaron.
