desplomarVervoeging
desplomar means instorten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik de verleden tijd van de aanvoegende wijs, zoals 'desplomara' (ik/hij/zij/u), voor hypothetische situaties in het verleden of wensen.
Present Subjunctive
Gebruik de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs, zoals 'desplome' (ik/hij/zij/u), na uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no' met de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs, zoals 'no desplomes' (jij), voor negatieve bevelen.
Imperative
Gebruik gebiedende wijs-vormen zoals 'desploma' (jij) en 'desplomen' (jullie/u) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
Gebruik de voorwaardelijke wijs, zoals 'desplomaría' (ik/hij/zij/u), voor hypothetische situaties ('zou'), beleefde verzoeken of toekomende tijd in het verleden.
Preterite
Gebruik de voltooid verleden tijd, zoals 'desplomó' (hij/zij/u), voor voltooide acties in het verleden, zoals een instortend gebouw.
Imperfect
Gebruik de verleden tijd, zoals 'desplomaba' (ik/hij/zij/u), voor doorlopende of gebruikelijke acties in het verleden, zoals een constructie die altijd instort.
Present
Gebruik de tegenwoordige tijd, zoals 'desplomo' (ik) en 'desploman' (zij/jullie/u), voor acties die nu plaatsvinden of algemene waarheden.
Future
Gebruik de toekomende tijd, zoals 'desplomará' (hij/zij/u), om over toekomstige gebeurtenissen of waarschijnlijkheden te praten.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng desplomar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'desplomar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent desplomar in het Spaans?
desplomar betekent "instorten".
Is desplomar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
desplomar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je desplomar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van desplomar is: yo desplomo, tú desplomas, él/ella/usted desploma, nosotros desplomamos, vosotros desplomáis, ellos/ellas/ustedes desploman.
Hoe vervoeg je desplomar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van desplomar is: yo desplomé, tú desplomaste, él/ella/usted desplomó, nosotros desplomamos, vosotros desplomasteis, ellos/ellas/ustedes desplomaron.
