despojarVervoeging
despojar means beroven.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van despojar (despojara/despojase) beschrijft hypothetische situaties of wensen uit het verleden.
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van despojar (despoje, despojes, etc.) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's voor despojar gebruiken 'no' plus de tegenwoordige conjunctief, bv. 'no despojes' (jij, informeel).
Imperative
Gebruik de gebiedende wijs van despojar voor directe commando's zoals 'despoja' (jij, informeel) of 'despoje' (u, formeel).
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van despojar (despojaría, despojarías, etc.) drukt 'zou'-acties of beleefde verzoeken uit.
Preterite
De preteritum van despojar is regelmatig: despojé, despojaste, despojó, despojamos, despojasteis, despojaron.
Imperfect
De imperfectum van despojar (despojaba, despojabas, etc.) beschrijft doorlopende of gebruikelijke acties uit het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van despojar (despojo, despojas, etc.) beschrijft huidige acties of algemene waarheden.
Future
De toekomende tijd van despojar (despojaré, despojarás, etc.) geeft acties aan die zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng despojar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'despojar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent despojar in het Spaans?
despojar betekent "beroven".
Is despojar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
despojar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je despojar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van despojar is: yo despojo, tú despojas, él/ella/usted despoja, nosotros despojamos, vosotros despojáis, ellos/ellas/ustedes despojan.
Hoe vervoeg je despojar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van despojar is: yo despojé, tú despojaste, él/ella/usted despojó, nosotros despojamos, vosotros despojasteis, ellos/ellas/ustedes despojaron.
