destinarVervoeging
destinar means toewijzen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de conjunctief van destinar is regelmatig: destinara/destinaras/destinara/destináramos/destinarais/destinaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van destinar is regelmatig: destine, destines, destine, destinemos, destinéis, destinen.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's voor destinar gebruiken 'no' plus de tegenwoordige tijd van de conjunctief: no destines, no destine, no destinemos, no destinéis, no destinen.
Imperative
Het gebiedende wijs van destinar gebruikt regelmatige -ar uitgangen: destina, destine, destinemos, destinad, destinen.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van destinar is regelmatig: destinaría, destinarías, destinaría, destinaríamos, destinaríais, destinarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van destinar is regelmatig: destiné, destinaste, destinó, destinamos, destinasteis, destinaron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van destinar is regelmatig: destinaba, destinabas, destinaba, destinábamos, destinabais, destinaban.
Present
De tegenwoordige tijd van de indicatief van destinar is regelmatig: destino, destinas, destina, destinamos, destináis, destinan.
Future
De toekomstige tijd van destinar is regelmatig: destinaré, destinarás, destinará, destinaremos, destinaréis, destinarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng destinar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'destinar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent destinar in het Spaans?
destinar betekent "toewijzen".
Is destinar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
destinar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je destinar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van destinar is: yo destino, tú destinas, él/ella/usted destina, nosotros destinamos, vosotros destináis, ellos/ellas/ustedes destinan.
Hoe vervoeg je destinar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van destinar is: yo destiné, tú destinaste, él/ella/usted destinó, nosotros destinamos, vosotros destinasteis, ellos/ellas/ustedes destinaron.
