devolverVervoeging
devolver betekent teruggeven.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Devolver is een werkwoord met stamklinkerwijziging (o > ue) in alle vormen behalve nosotros en vosotros.
Future
De futuro van devolver is regelmatig: devolveré, devolverás, devolverá, devolveremos, devolveréis, devolverán.
Imperfect
De imperfecto van devolver is regelmatig: devolvía, devolvías, devolvía, devolvíamos, devolvíais, devolvían.
Conditional
De condicional van devolver is regelmatig: devolvería, devolverías, devolvería, devolveríamos, devolveríais, devolverían.
Preterite
De preterito van devolver is regelmatig: devolví, devolviste, devolvió, devolvimos, devolvisteis, devolvieron.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve imperativo van devolver gebruikt de presente subjuntivo: no devuelvas, no devuelva, no devolvamos, no devolváis, no devuelvan.
Imperative
De imperativo van devolver gebruikt de stamklinkerwijziging (o > ue) voor de meeste bevelen: devuelve, devuelva, devolved, devuelvan.
Subjunctive
Present Subjunctive
De presente subjuntivo van devolver behoudt de o > ue stamklinkerwijziging: devuelva, devuelvas, devuelva, devolvamos, devolváis, devuelvan.
Imperfect Subjunctive
De imperfecto subjuntivo van devolver is regelmatig: devolviera, devolvieras, devolviera, devolviéramos, devolvierais, devolvieran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng devolver van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'devolver' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent devolver in het Spaans?
devolver betekent "teruggeven".
Is devolver een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
devolver is een irregular (o > ue stem change) -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je devolver in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van devolver is: yo devuelvo, tú devuelves, él/ella/usted devuelve, nosotros devolvemos, vosotros devolvéis, ellos/ellas/ustedes devuelven.
Hoe vervoeg je devolver in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van devolver is: yo devolví, tú devolviste, él/ella/usted devolvió, nosotros devolvimos, vosotros devolvisteis, ellos/ellas/ustedes devolvieron.
