difundirVervoeging
difundir means verspreiden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van difundir (difundiera/difundiese) drukt hypothetische situaties uit het verleden, wensen of twijfels uit.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van difundir (difunda, difundas, etc.) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie en onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's voor difundir gebruiken 'no' + tegenwoordige aanvoegende wijs: no difundas (jij), no difunda (u), no difundamos (wij), no difundan (jullie/zij), no difundáis (jullie - Spanje).
Imperative
Het gebiedende wijs van difundir geeft directe opdrachten: difunde (jij), difunda (u), difundamos (wij), difundan (jullie/zij), difundid (jullie - Spanje).
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van difundir is regelmatig: difundiría, difundirías, difundiría, difundiríamos, difundiríais, difundirían.
Preterite
De onvoltooid verleden tijd van difundir is regelmatig: difundí, difundiste, difundió, difundimos, difundisteis, difundieron.
Imperfect
De onvoltooid tegenwoordige tijd van difundir is regelmatig: difundía, difundías, difundía, difundíamos, difundíais, difundían.
Present
De tegenwoordige tijd van difundir is regelmatig: difundo, difundes, difunde, difundimos, difundís, difunden.
Future
De toekomende tijd van difundir is regelmatig: difundiré, difundirás, difundirá, difundiremos, difundiréis, difundirán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng difundir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'difundir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent difundir in het Spaans?
difundir betekent "verspreiden".
Is difundir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
difundir is een regular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je difundir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van difundir is: yo difundo, tú difundes, él/ella/usted difunde, nosotros difundimos, vosotros difundís, ellos/ellas/ustedes difunden.
Hoe vervoeg je difundir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van difundir is: yo difundí, tú difundiste, él/ella/usted difundió, nosotros difundimos, vosotros difundisteis, ellos/ellas/ustedes difundieron.
