diluirVervoeging
diluir means verdunnen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs is gebaseerd op de 'ellos'-vorm van de preteritum: diluyera, diluyeras, diluyera, diluyéramos, diluyerais, diluyeran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van diluir behoudt de 'y' van de 'yo'-vorm: diluya, diluyas, diluya, diluyamos, diluyáis, diluyan.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs gebruikt de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no diluyas, no diluya, no diluyamos, no diluyáis, no diluyan.
Imperative
Gebruik de gebiedende wijs om bevelen te geven: diluye (tú), diluya (usted), diluyamos (nosotros), diluid (vosotros), diluyan (ustedes).
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van diluir is regelmatig: diluiría, diluirías, diluiría, diluiríamos, diluiríais, diluirían.
Preterite
In de preteritum is diluir onregelmatig in de derde persoon (él/ellos), waarbij de 'i' verandert in een 'y'.
Imperfect
De imperfectum van diluir is regelmatig: diluía, diluías, diluía, diluíamos, diluíais, diluían.
Present
De tegenwoordige tijd van diluir is onregelmatig, met een 'y' toegevoegd vóór de uitgangen in alle vormen behalve nosotros en vosotros.
Future
De toekomende tijd van diluir is regelmatig: diluiré, diluirás, diluirá, diluiremos, diluiréis, diluirán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng diluir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'diluir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent diluir in het Spaans?
diluir betekent "verdunnen".
Is diluir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
diluir is een irregular (adds a 'y') -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je diluir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van diluir is: yo diluyo, tú diluyes, él/ella/usted diluye, nosotros diluimos, vosotros diluís, ellos/ellas/ustedes diluyen.
Hoe vervoeg je diluir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van diluir is: yo diluí, tú diluiste, él/ella/usted diluyó, nosotros diluimos, vosotros diluisteis, ellos/ellas/ustedes diluyeron.
