diseñarVervoeging
diseñar betekent ontwerpen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum subjunctief van 'diseñar' (bijv. 'diseñara', 'diseñaras') wordt gebruikt voor hypothetische situaties of wensen uit het verleden.
Present Subjunctive
De presens subjunctief van 'diseñar' (bijv. 'diseñe', 'diseñes') wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no diseñes' voor jij, 'no diseñe' voor u, 'no diseñemos' voor wij, 'no diseñen' voor jullie/zij, en 'no diseñéis' voor vosotros.
Imperative
Gebruik 'diseña' voor jij-commando's, 'diseñe' voor u, 'diseñemos' voor wij, 'diseñen' voor jullie/zij, en 'diseñad' voor vosotros.
Indicative
Conditional
De conditioneel van 'diseñar' is regelmatig: diseñaría, diseñarías, diseñaría, diseñaríamos, diseñaríais, diseñarían.
Preterite
De pretérito indefinido van 'diseñar' is regelmatig: diseñé, diseñaste, diseñó, diseñamos, diseñasteis, diseñaron.
Imperfect
De imperfectum van 'diseñar' is regelmatig: diseñaba, diseñabas, diseñaba, diseñábamos, diseñabais, diseñaban.
Present
De presens indicatief van 'diseñar' is regelmatig: diseño, diseñas, diseña, diseñamos, diseñáis, diseñan.
Future
De futurum van 'diseñar' is regelmatig: diseñaré, diseñarás, diseñará, diseñaremos, diseñaréis, diseñarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng diseñar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'diseñar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent diseñar in het Spaans?
diseñar betekent "ontwerpen".
Is diseñar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
diseñar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je diseñar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van diseñar is: yo diseño, tú diseñas, él/ella/usted diseña, nosotros diseñamos, vosotros diseñáis, ellos/ellas/ustedes diseñan.
Hoe vervoeg je diseñar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van diseñar is: yo diseñé, tú diseñaste, él/ella/usted diseñó, nosotros diseñamos, vosotros diseñasteis, ellos/ellas/ustedes diseñaron.
