disgustarVervoeging
disgustar means niet lekker vinden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs 'disgustara' of 'disgustase' wordt gebruikt voor wensen, twijfels of hypothetische situaties uit het verleden.
Present Subjunctive
Gebruik 'disguste' (hij/zij/u) of 'disgusten' (zij/hen/u) na uitdrukkingen van twijfel, emotie of verlangen.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen zoals 'no disgustes' (jij) worden gevormd met de tegenwoordige aanvoegende wijs.
Imperative
Gebruik gebiedende wijs vormen zoals 'disgusta' (jij) of 'disguste' (u) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
Gebruik de voorwaardelijke wijs 'disgustaría' (ik/hij/zij/u) om uit te drukken wat zou misha-gen of voor beleefde verzoeken.
Preterite
Gebruik de onvoltooid verleden tijd 'disgustó' (hij/zij/u) of 'disgustaron' (zij/hen/u) voor voltooide acties van niet leuk vinden of misha-gen.
Imperfect
Gebruik de onvoltooid verleden tijd 'disgustaba' (hij/zij/u) of 'disgustaban' (zij/hen/u) voor voortdurende of gewoonte-matige afkeuren in het verleden.
Present
Gebruik 'disgusto' (ik) of 'disgusta' (hij/zij/u) voor huidige afkeuren of dingen die momenteel misha-gen.
Future
Gebruik de toekomende tijd 'disgustará' (hij/zij/u) of 'disgustarán' (zij/hen/u) om te voorspellen of te stellen wat zal misha-gen.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng disgustar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'disgustar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent disgustar in het Spaans?
disgustar betekent "niet lekker vinden".
Is disgustar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
disgustar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je disgustar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van disgustar is: yo disgusto, tú disgustas, él/ella/usted disgusta, nosotros disgustamos, vosotros disgustáis, ellos/ellas/ustedes disgustan.
Hoe vervoeg je disgustar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van disgustar is: yo disgusté, tú disgustaste, él/ella/usted disgustó, nosotros disgustamos, vosotros disgustasteis, ellos/ellas/ustedes disgustaron.
