disputarVervoeging
disputar means strijden om.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik van de verleden tijd conjunctivo zoals 'si disputara' (als ik zou strijden) of 'para que disputaran' (zodat zij zouden strijden).
Present Subjunctive
Gebruikt na wensen, twijfels, emoties: 'Espero que disputemos' (ik hoop dat we strijden), 'Dudo que disputen' (ik betwijfel dat zij strijden).
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's zoals 'No disputes!' (jij), 'No dispute!' (hij/zij/u), 'No disputemos!' (wij), 'No disputéis!' (jullie, Spanje), 'No disputen!' (u allen).
Imperative
Kommando's zoals 'Disputa!' (jij), 'Dispute!' (hij/zij/u), 'Disputemos!' (wij), 'Disputad!' (jullie, Spanje), 'Disputen!' (u allen).
Indicative
Conditional
Hypothetische 'zou'-acties: 'Disputaría' (ik zou strijden), 'Disputarían' (zij zouden strijden).
Preterite
Voltooide acties uit het verleden: 'Disputé' (ik streed), 'Disputó' (hij/zij/u streed), 'Disputaron' (zij streden).
Imperfect
Doorlopende of gebruikelijke acties uit het verleden: 'Disputaba' (ik streed vroeger), 'Disputaban' (zij streden vroeger).
Present
Gebruikelijke acties of dingen die nu gebeuren: 'Yo disputo' (ik strijd), 'Ellos disputan' (zij strijden).
Future
Toekomstige acties: 'Disputaré' (ik zal strijden), 'Disputarán' (zij zullen strijden).
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng disputar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'disputar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent disputar in het Spaans?
disputar betekent "strijden om".
Is disputar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
disputar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je disputar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van disputar is: yo disputo, tú disputas, él/ella/usted disputa, nosotros disputamos, vosotros disputáis, ellos/ellas/ustedes disputan.
Hoe vervoeg je disputar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van disputar is: yo disputé, tú disputaste, él/ella/usted disputó, nosotros disputamos, vosotros disputasteis, ellos/ellas/ustedes disputaron.
