dotarVervoeging
dotar means uitrusten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief van 'dotar' (dotara/dotase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties uit het verleden, wensen en beleefde verzoeken.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd conjunctief van 'dotar' (dote, dotes, dotemos, dotéis, doten) volgt uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no dotes', 'no dote', 'no dotemos', 'no dotéis', 'no doten' voor ontkennende bevelen.
Imperative
Gebruik 'dota', 'dote', 'dotemos', 'dotad', 'dóten' voor directe bevelen met 'dotar'.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van 'dotar' is regelmatig: dotaría, dotarías, dotaría, dotaríamos, dotaríais, dotarían.
Preterite
De preteritum van 'dotar' is regelmatig: doté, dotaste, dotó, dotamos, dotasteis, dotaron.
Imperfect
De imperfectum van 'dotar' is regelmatig: dotaba, dotabas, dotaba, dotábamos, dotabais, dotaban.
Present
De tegenwoordige tijd indicatief van 'dotar' is regelmatig: doto, dotas, dota, dotamos, dotáis, dotan.
Future
De toekomstige tijd van 'dotar' is regelmatig: dotaré, dotarás, dotará, dotaremos, dotaréis, dotarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng dotar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'dotar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent dotar in het Spaans?
dotar betekent "uitrusten".
Is dotar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
dotar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je dotar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van dotar is: yo doto, tú dotas, él/ella/usted dota, nosotros dotamos, vosotros dotáis, ellos/ellas/ustedes dotan.
Hoe vervoeg je dotar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van dotar is: yo doté, tú dotaste, él/ella/usted dotó, nosotros dotamos, vosotros dotasteis, ellos/ellas/ustedes dotaron.
