elevarVervoeging
elevar means optillen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik 'elevara'/'elevaras'/'eleváramos'/'elevaran'/'elevaraís' voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of beleefde verzoeken.
Present Subjunctive
Gebruik 'eleve'/'eleves'/'elevemos'/'eleven'/'elevéis' na wensen, twijfels, emoties of onpersoonlijke uitdrukkingen.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no eleves' (jij), 'no eleve' (u), 'no elevemos' (wij), 'no elevéis' (jullie), 'no eleven' (zij/u allen) voor negatieve bevelen.
Imperative
Gebruik 'eleva' (jij), 'eleve' (u), 'elevemos' (wij), 'elevad' (jullie), 'eleven' (zij/u allen) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
Gebruik 'elevaría', 'elevarías', 'elevaría', 'elevaríamos', 'elevaríais', 'elevarían' voor hypothetische situaties, beleefde verzoeken of toekomst-in-het-verleden.
Preterite
Gebruik 'elevé', 'elevaste', 'elevó', 'elevamos', 'elevasteis', 'elevaron' voor voltooide handelingen in het verleden.
Imperfect
Gebruik 'elevaba', 'elevabas', 'elevaba', 'elevábamos', 'elevabais', 'elevaban' voor doorlopende of gebruikelijke handelingen in het verleden.
Present
Gebruik 'elevo', 'elevas', 'eleva', 'elevamos', 'eleváis', 'elevan' voor handelingen die nu gebeuren of gebruikelijke handelingen.
Future
Gebruik 'elevaré', 'elevarás', 'elevará', 'elevarémos', 'elevaréis', 'elevarán' voor toekomstige handelingen of waarschijnlijkheid.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng elevar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'elevar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent elevar in het Spaans?
elevar betekent "optillen".
Is elevar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
elevar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je elevar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van elevar is: yo elevo, tú elevas, él/ella/usted eleva, nosotros elevamos, vosotros eleváis, ellos/ellas/ustedes elevan.
Hoe vervoeg je elevar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van elevar is: yo elevé, tú elevaste, él/ella/usted elevó, nosotros elevamos, vosotros elevasteis, ellos/ellas/ustedes elevaron.
