elogiarVervoeging
elogiar means prijzen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van 'elogiar' drukt hypothetische situaties of wensen uit het verleden uit: elogiara, elogiaras, elogiáramos, elogiaran.
Present Subjunctive
De conjunctief tegenwoordige tijd van 'elogiar' wordt gebruikt voor wensen, twijfels en emoties: elogie, elogies, elogiemos, elogien.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor 'elogiar' gebruiken de tegenwoordige tijd van de conjunctief: no elogie (usted), no elogies (tú), no elogiemos (nosotros), no elogiéis (vosotros), no elogien (ustedes).
Imperative
De gebiedende wijs van 'elogiar' geeft directe bevelen: elogia (tú), elogie (usted), elogiemos (nosotros), elogiad (vosotros), elogien (ustedes).
Indicative
Conditional
De conditioneel van 'elogiar' is regelmatig: elogiaría, elogiarías, elogiaría, elogiaríamos, elogiaríais, elogiarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'elogiar' is regelmatig: elogié, elogiase, elogió, elogiamos, elogiastéis, elogiaron.
Imperfect
De imperfectum van 'elogiar' beschrijft voortdurende of gebruikelijke lof in het verleden: elogiaba, elogiabas, elogiábamos, elogiaban.
Present
De tegenwoordige tijd van 'elogiar' is regelmatig: elogio, elogias, elogia, elogiamos, elogiáis, elogian.
Future
De toekomende tijd van 'elogiar' is regelmatig: elogiaré, elogiarás, elogiará, elogiaremos, elogiaréis, elogiarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng elogiar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'elogiar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent elogiar in het Spaans?
elogiar betekent "prijzen".
Is elogiar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
elogiar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je elogiar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van elogiar is: yo elogio, tú elogias, él/ella/usted elogia, nosotros elogiamos, vosotros elogiáis, ellos/ellas/ustedes elogian.
Hoe vervoeg je elogiar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van elogiar is: yo elogié, tú elogiaste, él/ella/usted elogió, nosotros elogiamos, vosotros elogiasteis, ellos/ellas/ustedes elogiaron.
