eludirVervoeging
eludir means ontwijken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van eludir is eludiera/eludiese (ik/hij/zij/u) en eludieras/eludieses (jij).
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd conjunctief van eludir is eluda (ik/hij/zij/u), eludas (jij), eludamos (wij), eludáis (jullie), eludan (zij/u allen).
Imperative
Negative Imperative
Ontkennende commando's gebruiken de tegenwoordige tijd conjunctief: no eludas (jij), no eluda (u), no eludamos (wij), no eludan (jullie/u allen), no eludáis (jullie).
Imperative
Het gebiedende wijs van eludir is elude (jij), eluda (u), eludamos (wij), eludan (jullie/u allen), eludid (jullie).
Indicative
Conditional
De conditionele vorm van eludir is regelmatig: eludiría, eludirías, eludiría, eludiríamos, eludiríais, eludirían.
Preterite
De pretérito indefinido van eludir is regelmatig: eludí, eludiste, eludió, eludimos, eludisteis, eludieron.
Imperfect
De imperfecto van eludir is eludía, eludías, eludía, eludíamos, eludíais, eludían.
Present
De tegenwoordige tijd van eludir is eludo, eludes, elude, eludimos, eludís, eluden.
Future
De toekomende tijd van eludir is regelmatig: eludiré, eludirás, eludirá, eludiremos, eludiréis, eludirán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng eludir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'eludir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent eludir in het Spaans?
eludir betekent "ontwijken".
Is eludir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
eludir is een regular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je eludir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van eludir is: yo eludo, tú eludes, él/ella/usted elude, nosotros eludimos, vosotros eludís, ellos/ellas/ustedes eluden.
Hoe vervoeg je eludir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van eludir is: yo eludí, tú eludiste, él/ella/usted eludió, nosotros eludimos, vosotros eludisteis, ellos/ellas/ustedes eludieron.
