emanarVervoeging
emanar means uitstralen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief ('emanara' of 'emanase') beschrijft hypothetische situaties uit het verleden of drukt wensen/twijfels uit in het verleden.
Present Subjunctive
Gebruik de tegenwoordige tijd conjunctief ('emane', 'emanes', 'emanemos', etc.) na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken 'no' + tegenwoordige tijd conjunctief: 'no emanes', 'no emane', 'no emanemos', etc.
Imperative
Gebruik 'emana' voor jij-vorm, 'emanad' voor jullie (informeel), en 'emane/emane/emane' voor u/u/zij.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd 'emanaría' drukt hypothetische uitkomsten, beleefde verzoeken of toekomende tijd in het verleden uit.
Preterite
De pretérito indefinido van emanar is regelmatig: emané, emanaste, emanó, emanamos, emanasteis, emanaron.
Imperfect
De imperfectum 'emanaba' beschrijft doorlopende of gebruikelijke handelingen in het verleden, of zet de achtergrondscène neer.
Present
De tegenwoordige tijd indicatief 'emana' beschrijft handelingen die nu plaatsvinden, gebruikelijke handelingen of algemene waarheden.
Future
De toekomende tijd 'emanará' geeft handelingen aan die in de toekomst zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng emanar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'emanar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent emanar in het Spaans?
emanar betekent "uitstralen".
Is emanar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
emanar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je emanar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van emanar is: yo emano, tú emanas, él/ella/usted emana, nosotros emanamos, vosotros emanáis, ellos/ellas/ustedes emanan.
Hoe vervoeg je emanar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van emanar is: yo emané, tú emanaste, él/ella/usted emanó, nosotros emanamos, vosotros emanasteis, ellos/ellas/ustedes emanaron.
