emigrarVervoeging
emigrar means emigreren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfect subjunctive van emigrar (emigrara, emigraras, emigráramos, emigrarais, emigraran) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden of wensen.
Present Subjunctive
De present subjunctive van emigrar (emigre, emigres, emigremos, emigréis, emigren) wordt gebruikt na wensen, twijfels, emoties en in ontkennende bevelen.
Imperative
Negative Imperative
No emigres (jij), no emigre (u), no emigremos (wij), no emigréis (jullie), no emigren (zij/u allen).
Imperative
Emigra (jij), emigreer (u), laten we emigreren (wij), emigreer (jullie), emigreer (zij/u allen).
Indicative
Conditional
De conditional van emigrar is regelmatig: emigraría, emigrarías, emigraría, emigraríamos, emigraríais, emigrarían.
Preterite
De preterite van emigrar is regelmatig: emigré, emigraste, emigró, emigramos, emigrasteis, emigraron.
Imperfect
De imperfect van emigrar is regelmatig: emigraba, emigrabas, emigraba, emigrábamos, emigrabais, emigraban.
Present
De present van emigrar is regelmatig: emigro, emigras, emigra, emigramos, emigráis, emigran.
Future
De future van emigrar is regelmatig: emigraré, emigrarás, emigrará, emigraremos, emigraréis, emigrarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng emigrar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'emigrar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent emigrar in het Spaans?
emigrar betekent "emigreren".
Is emigrar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
emigrar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je emigrar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van emigrar is: yo emigro, tú emigras, él/ella/usted emigra, nosotros emigramos, vosotros emigráis, ellos/ellas/ustedes emigran.
Hoe vervoeg je emigrar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van emigrar is: yo emigré, tú emigraste, él/ella/usted emigró, nosotros emigramos, vosotros emigrasteis, ellos/ellas/ustedes emigraron.
