emitirVervoeging
emitir means uitzenden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De aanvoegende wijs verleden tijd van 'emitir' (emitiese/emitieses/emitiéramos, etc.) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of twijfels.
Present Subjunctive
De aanvoegende wijs tegenwoordige tijd van 'emitir' is: emita (ik/hij/zij/u), emitas (jij), emitamos (wij), emitan (jullie/zij/hen), emitáis (jullie, informeel).
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's voor 'emitir' gebruiken de aanvoegende wijs tegenwoordige tijd: no emitas (jij), no emita (u), no emitamos (wij), no emitan (jullie/zij), no emitáis (jullie, informeel).
Imperative
De gebiedende wijs van 'emitir' is: emite (jij), emita (u), emitamos (wij), emitan (jullie/zij), emitid (jullie, informeel).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke tijd van 'emitir' is regelmatig: emitiría, emitirías, emitiría, emitiríamos, emitiríais, emitirían.
Preterite
'Emitir' is regelmatig in de onvoltooid verleden tijd: emití, emitiste, emitió, emitimos, emitisteis, emitieron.
Imperfect
'Emitir' is regelmatig in de onvoltooid verleden tijd: emitía, emitías, emitía, emitíamos, emitíais, emitían.
Present
'Emitir' is regelmatig in de tegenwoordige tijd: emito, emites, emite, emitimos, emitís, emiten.
Future
De toekomende tijd van 'emitir' is regelmatig: emitiré, emitirás, emitirá, emitiremos, emitiréis, emitirán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng emitir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'emitir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent emitir in het Spaans?
emitir betekent "uitzenden".
Is emitir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
emitir is een regular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je emitir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van emitir is: yo emito, tú emites, él/ella/usted emite, nosotros emitimos, vosotros emitís, ellos/ellas/ustedes emiten.
Hoe vervoeg je emitir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van emitir is: yo emití, tú emitiste, él/ella/usted emitió, nosotros emitimos, vosotros emitisteis, ellos/ellas/ustedes emitieron.
