empacarVervoeging
empacar means inpakken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van empacar is regelmatig: empacara, empacaras, empacara, empacáramos, empacarais, empacaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van empacar heeft een c-naar-qu spellingverandering: empaque, empaques, empaque, empaquemos, empaquéis, empaquen.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs van empacar gebruikt vormen van de aanvoegende wijs met een c-naar-qu verandering: no empaques, no empaque, no empaquemos, no empaquéis, no empaquen.
Imperative
De bevestigende gebiedende wijs vormen voor empacar zijn: empaca (tú), empaque (usted), empaquemos (nosotros), empacad (vosotros), empaquen (ustedes).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van empacar is regelmatig: empacaría, empacarías, empacaría, empacaríamos, empacaríais, empacarían.
Preterite
De verleden tijd van empacar is regelmatig, behalve de 'yo'-vorm: empaqué, empacaste, empacó, empacamos, empacasteis, empacaron.
Imperfect
De onvoltooide verleden tijd van empacar is regelmatig: empacaba, empacabas, empacaba, empacábamos, empacabais, empacaban.
Present
De tegenwoordige tijd van empacar is volledig regelmatig: empaco, empacas, empaca, empacamos, empacáis, empacan.
Future
De toekomstige tijd van empacar is regelmatig: empacaré, empacarás, empacará, empacaremos, empacaréis, empacarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng empacar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'empacar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent empacar in het Spaans?
empacar betekent "inpakken".
Is empacar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
empacar is een spelling-change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je empacar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van empacar is: yo empaco, tú empacas, él/ella/usted empaca, nosotros empacamos, vosotros empacáis, ellos/ellas/ustedes empacan.
Hoe vervoeg je empacar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van empacar is: yo empaqué, tú empacaste, él/ella/usted empacó, nosotros empacamos, vosotros empacasteis, ellos/ellas/ustedes empacaron.
