emplearVervoeging
emplear means gebruiken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief van 'emplear' (empleara/emplease) drukt hypothetische situaties in het verleden of wensen uit.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd conjunctief van 'emplear' (emplee, emplees, empleemos, etc.) volgt uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie en onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's gebruiken 'no' plus de tegenwoordige tijd conjunctief: ¡no emplees!, ¡no emplee!, ¡no empleemos!, ¡no empleen!, ¡no empleéis!
Imperative
Gebruik de imperatief van 'emplear' voor directe bevelen: ¡emplea!, ¡emplee!, ¡empleemos!, ¡empleen!, ¡emplead!
Indicative
Conditional
De conditioneel van 'emplear' (emplearía, emplearías...) drukt hypothetische situaties, beleefde verzoeken en toekomende tijd vanuit het verleden uit.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'emplear' is regelmatig: empleé, empleaste, empleó, empleamos, empleasteis, emplearon.
Imperfect
De imperfectum van 'emplear' (empleaba, empleabas...) beschrijft gewoonten in het verleden of doorlopende situaties.
Present
De tegenwoordige tijd van 'emplear' (empleo, empleas, emplea...) wordt gebruikt voor acties die nu plaatsvinden, gewoonten en algemene waarheden.
Future
De toekomende tijd van 'emplear' (emplearé, emplearás...) geeft acties aan die zullen gebeuren.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng emplear van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'emplear' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent emplear in het Spaans?
emplear betekent "gebruiken".
Is emplear een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
emplear is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je emplear in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van emplear is: yo empleo, tú empleas, él/ella/usted emplea, nosotros empleamos, vosotros empleáis, ellos/ellas/ustedes emplean.
Hoe vervoeg je emplear in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van emplear is: yo empleé, tú empleaste, él/ella/usted empleó, nosotros empleamos, vosotros empleasteis, ellos/ellas/ustedes emplearon.
