empujarVervoeging
empujar means duwen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Imperative
Negative Imperative
Ontkennende gebiedende wijs voor empujar: no empujes (jij), no empuje (u), no empujemos (wij), no empujen (jullie/zij), no empujéis (jullie, informeel).
Imperative
Gebiedende wijs (imperatief) voor empujar: empuja (jij), empuje (u), empujemos (wij), empujen (jullie/zij), empujad (jullie, informeel).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van empujar (empuje, empujes, empuje, empujemos, empujen, empujéis) wordt gebruikt voor wensen, twijfels en emoties.
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van empujar (empujara/empujase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden of wensen.
Indicative
Preterite
De preteritum van empujar is regelmatig: empujé, empujaste, empujó, empujamos, empujasteis, empujaron.
Conditional
De conditionele tijd van empujar is regelmatig: empujaría, empujarías, empujaría, empujaríamos, empujaríais, empujarían.
Imperfect
De imperfectum van empujar is regelmatig: empujaba, empujabas, empujaba, empujábamos, empujabais, empujaban.
Present
De tegenwoordige tijd van empujar is regelmatig: empujo, empujas, empuja, empujamos, empujáis, empujan.
Future
De toekomende tijd van empujar is regelmatig: empujaré, empujarás, empujará, empujaremos, empujaréis, empujarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng empujar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'empujar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent empujar in het Spaans?
empujar betekent "duwen".
Is empujar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
empujar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je empujar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van empujar is: yo empujo, tú empujas, él/ella/usted empuja, nosotros empujamos, vosotros empujáis, ellos/ellas/ustedes empujan.
Hoe vervoeg je empujar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van empujar is: yo empujé, tú empujaste, él/ella/usted empujó, nosotros empujamos, vosotros empujasteis, ellos/ellas/ustedes empujaron.
